Universum

Als we de heldere hemel ’s nachts bekijken, lijkt ons het aantal sterren oneindig. We kunnen er met het blote oog echter maar ongeveer 6.000 zien. Pas met een zeer sterke telescoop wordt de schijnbare oneindigheid bijna waar.

We kunnen hier duizenden sterrenstelsels en sterrenhopen met miljarden sterren zien.

Volgens schattingen zijn er 100 miljard sterrenstelsels. Elk van hen bevat zelf weer miljarden sterren.

Het ligt voor de hand, dat niemand precies kan zeggen, hoe groot de ruimte is, waarin al deze hemellichamen zich bevinden.
Bij dergelijke enorme afmetingen zijn ook bijzondere afstandsmaten nodig. Gebruikelijk is de benaming lichtjaar, dus de afstand, die het licht in een jaar aflegt. Met onze afstandsmaten op aarde zouden we niet ver komen. Een lichtjaar komt ongeveer overeen met een afstand van 9.461.000.000.000 (9,461 biljoen) kilometer.

De schattingen over het tijdstip, waarop het heelal is ontstaan, lopen ver uiteen. Ze liggen tussen 10 en 20 miljard jaar, waarbij men er de laatste tijd toe neigt de hogere waarde aan te nemen. Sinds dit nulpunt in de tijd dijt het heelal uit. Dit inzicht berust op de vluchtbewegingen van de sterrenstelsels. Naarmate het sterrenstelsel verder verwijderd is, is het licht, dat de aarde bereikt, verder naar het rood in het spectrum verschoven.

Omdat rood de grootste golflengte heeft (violet heeft de kleinste), kon deze vluchtbeweging bewezen worden. Aan de hand van een voorbeeld met geluidsgolven kan dit proces worden verduidelijkt.

Als men door een motor wordt gepasseerd, dan wordt de toon van het zich verwijderende voertuig lager – de geluidsgolven worden langer. Zo gaat het ook bij de kleuren van het spectrum. Edwin Hubble, de astronoom, naar wie de Hubble-ruimtetelescoop werd genoemd, ontdekte, dat sterrenstelsels zich sneller van elkaar verwijderen, naarmate ze verder uit elkaar liggen.
Als volgens de wet van Hubble een sterrenstelsel bijvoorbeeld 10 keer verder van de aarde verwijderd is dan de Magelhaense Wolken (de meest nabije sterrenstelsels), dan verwijdert dit stelsel zich ook tien maal zo snel.

Sterrenstelsels bestaan, zoals beschreven, uit miljarden van fysisch samenhangende sterren. Dit geldt ook voor het Melkwegstelsel, waarin zich ons zonnestelsel bevindt. Het behoort met ca. 30 andere sterrenstelsels tot de zgn. Lokale Groep. Grotere verbindingen worden clusters genoemd. Die verbinden zich op hun beurt weer tot superclusters. De Lokale Groep is in het Lokale Supercluster, waartoe ook het Virgo-cluster behoort, dat zich over 100 miljoen lichtjaren uitstrekt, slechts een nietige vlek.

Superclusters tenslotte vormen aan de randen oneindig grote wanden met een honingraat-structuur. Tussen deze muren liggen vacuüms van ontzaglijke afmetingen. Men spreekt over een afstand van 300 miljard lichtjaren, waarin zich vrijwel geen ster bevindt. Ondanks de bijna oneindige hoeveelheid hemellichamen is het heelal een tamelijk eenzame plek. Volgens massaberekeningen komt op elke tien vierkante meter maar net een atoom.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Onderdeel van Informatie Over