Edelhert

Van de herten dragen alleen de mannetjes een gewei. Dit bestaat uit ronde stangen of takken.

Tot de statigste soorten behoort het edelhert, in Amerika wordt dit soort wapiti genoemd. Zijn lichaamslengte bedraagt tussen de 1,6 en 2,5 meter, de staart is ongeveer 10 cm lang.

Hij draagt een roodbruine zomervacht, in de winter is hij grijsbruin van kleur. De al wat oudere mannetjes hebben een gewei, dat dichtbij de rozenkrans, het aanhechtingspunt van het gewei, twee naar voren gerichte takken heeft. De jonge dieren hebben er maar één.

In de herfst of winter krijgt het mannetje dichte manen om de hals. In deze periode begint ook de strijd om de vrouwtjes en om het bezit van het territorium. Ze stormen dan met naar beneden gerichte horens op elkaar toe en ze slaan met hun geweien tegen elkaar. Pas wanneer één van beide volledig uitgeput is, trekt deze zich terug. Dat kan echter uren duren.

Edelherten leven in roedels. Deze zijn op bijzondere wijze ingedeeld. De vrouwelijke dieren leven in grote aantallen met hun jongen bij elkaar, de oudere herten leven met enkele leeftijdgenoten in een aparte groep. Aan het hoofd van een roedel staat altijd een vrouwelijk dier.

Enkele bijzonder sterke herten leven alleen. Pas in de bronsttijd komen ze bij de anderen. Gedurende de gehele bronsttijd, die van begin september tot midden oktober duurt, blijft het mannetje bij zijn harem en beschermt en verdedigt hij ze. In deze tijd hoort men ook op bepaalde plaatsen ‘s ochtends en ‘s avonds het bronstgeroep van de herten. De hertenkoeien zijn in de buurt, de kudde bestaat maximaal uit 12 dieren. In de wintertijd maakt het mannetje weer deel uit van zijn eigen roedel die alleen uit mannetjes bestaat.

De hertenkoe werpt na een draagtijd van 8 maanden één jong, soms twee. Dit jong kan al enkele minuten na de geboorte staan en lopen.

Edelherten worden vooral vroeg in de avond actief. Omdat ze zich dan niet bespioneerd voelen beginnen ze dan te grazen. Met hun uitstekende gehoor en reuk kunnen ze een mens al op honderden meters afstand waarnemen.

Het voedsel van de dieren bestaat in het voorjaar uit kruiden, grassen, jonge loten en uitlopers, in de zomer eten ze vruchten, aardappels en eikels.

‘s Winters zoeken ze naar groen zaaigoed, heide, schors en dergelijke.

Sterke herten beginnen al in februari hun gewei af te werpen.

Voor juli is het oude gewei dan helemaal vervangen door een nieuw gewei. Jongere dieren houden hun gewei vaak nog enkele maanden langer totdat ook zij in augustus een nieuw gewei krijgen.

Edelherten komen voor in Noord-Europa en Noordwest-Afrika en Azië.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Onderdeel van Informatie Over