Huismuis

Overal waar mensen wonen tref je ook de huismuis aan. Met zijn grijze vel en naakte oortjes ziet hij er potsierlijk uit. De snuit loopt tamelijk spits toe. Op de bovenlip heeft hij voelharen.

De lange, met hoornschubben bedekte staart onderscheidt hem overigens van de veldmuis, die een veel kortere staart heeft. De huismuis kan 24 cm lang worden (inclusief staart).

Ondanks zijn eigenlijk schattige uiterlijk maakt de muis veel mensen toch echt aan het schrikken als hij bijvoorbeeld plotseling door de keuken rent.

Huismuizen leven overal in huis en in bijgebouwen. Elk hoekje en elke spleet gebruiken ze als woning. Vanuit deze schuilplaats gaan ze op strooptocht. Ze zijn vooral ‘s nachts actief. Dan hoort men af en toe hun getrippel op zolder of papiergeritsel als ze net bezig zijn iets te vervreten.

Omdat het een nachtdier is heeft de huismuis goede ogen en een goed ontwikkeld gehoor.

Zijn reukzin helpt hem bij het zoeken naar voedsel. Om bij de voorraden van de mens te kunnen komen knaagt de huismuis zich door vloeren en deuren heen. Hij eet alles, wat maar enigszins eetbaar is. Het liefst eet de muis natuurlijk zoetigheid, kaas, vruchten enzovoort. Als hij deze ruikt vindt de muis het geen enkel probleem om elke nacht weer aan de deur te knabbelen totdat hij deze uiteindelijk doorgeknaagd heeft. Bijzonder lekkere dingen sleept hij naar zijn schuilplaats. Hier legt hij een voorraadje aan.

Huismuizen kunnen goed klimmen. Daarbij worden ze geholpen door hun scherpe klauwen, hun vier bevallige voetjes en hun staart. Hij rent bliksemsnel over de vloer. Hij heeft eerst naar alle kanten gekeken om te zien of er ook gevaar dreigt. Dan verschuilt hij zich weer korte tijd om daarna direct weer verder te springen of weer naar zijn schuilplaats terug te keren.

De huismuis kan ook zwemmen. Maar hij begeeft zich alleen in uiterste nood in het water.

Muizen vermenigvuldigen zich buitengewoon snel. Vijf tot zes maal per jaar brengen ze, 22-24 dagen na de paring, 4-8 jongen ter wereld. De zeer kleine jongen liggen eerst in een nest dat van papier, wasgoed of iets dergelijks is gemaakt. Ze groeien snel.

Elke muizenfamilie heeft een eigen territorium.

Vreemde indringers worden verdreven of gedood. Ze worden direct herkend aan de geur.

De ergste vijand van de huismuis is de kat. In oude gebouwen helpen soms ook uilen bij het vangen van muizen en in plattelandsgebieden vormen de bunzing en de egeI een vijand van de muis. De mens probeert de muizen te bestrijden met vallen of met vergif.

Verwanten van de huismuis zijn de veldmuis, de bosmuis en de dwergmuis.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Onderdeel van Informatie Over