Kameel

De tweebultige kameel neemt in grote delen van Midden- en Oost-Azië de plaats van de dromedaris in. Hij komt zowel in warme als in koude gebieden voor.

Een bijzonder kenmerk van de kameel is het feit dat hij twee bulten heeft. Hierin wordt vet opgeslagen. In tijden van voedselschaarste kan de kameel op deze voorraden teren.

De kameel is bedekt met een dichte, langharige, ruige vacht. Deze vacht beschermt het dier in de winterkou. ‘s Zomers valt het bij bosjes uit, het lijkt dan wel of hij kaalgeschoren is.

Kamelen kunnen wel 3 meter lang worden. Hun staart is ongeveer 50 cm lang. Ze bewegen zich voort in de voor hen zo karakteristieke telgang, dat wil zeggen dat het voor- en achterbeen aan dezelfde kant telkens tegelijk worden bewogen.

Het voedsel van de kamelen bestaat overwegend uit bladeren. Deze bijten ze met hun lange snijtanden van bomen en struiken af.

De vrouwelijke kamelen brengen na een draagtijd van 12 tot 13 maanden één jong ter wereld. Het jong kan na 24 uur al zelfstandig staan. Het wordt ongeveer een jaar gezoogd en is na 5 jaar volwassen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Onderdeel van Informatie Over