Orang-oetan

De orang-oetan (dit betekent bosmens) leeft in de regenwouden van Sumatra en Borneo. Het is de op één na grootste soort van de opperdieren (primaten). In tegenstelling tot de gorilla’s die op de grond leven, zijn orang-oetans bijna altijd in de kruinen van de bomen te vinden.

De mannelijke orang-oetan wordt 1,75 meter lang en weegt 75 kilo. Qua gestalte lijkt hij op een mens. Zijn romp wordt niet zoals bij andere zoogdieren aan de zijkant in elkaar gedrukt. Net zoals de mens heeft hij brede schouders.

De jonge dieren lijken het meest op de mens. Later gaat het voorhoofd meer naar achteren en krijgt de mond meer de vorm van een snuit. Boven de ogen ontstaan dikke huidplooien. Een mannetjeheeft aan de zijkant van het gezicht brede lappen huid, de zogenaamde wangplooien. De bouw van het gebit lijkt op dat van de mens, maar zijn tanden zijn veel sterker. Het dier kan er vruchten met harde schalen mee kraken en ook krachtig toebijten.

De vacht is roodachtig-bruin en lang en ruig. Het gezicht is, afgezien van de baard van het mannetje, onbehaard.

De orang-oetan komt zelden op de grond omdat hij in de bomen zijn voedsel kan vinden. Hij eet bladeren, vruchten en loten. Water drinkt hij uit gaten in de takken en in de boom. Deze worden praktisch iedere dag met neerslag gevuld.

De voeten en de handen zijn goede grijpwerktuigen. De tenen en de vingers zijn lang en kunnen zich onafhankelijk bewegen. De grote teen is, net als de duim, opponeerbaar. Wanneer de orang-oetan klimt gebruikt hij vooral zijn armen. Hij heeft een spanwijdte van meer dan twee meter en kan zonder problemen van tak tot tak slingeren.

Op de grond is het dier veel onbeholpener omdat zijn benen zwakker ontwikkeld zijn. Hij loopt onzeker omdat de poten enigszins naar binnen gebogen zijn. Hij gebruikt zijn armen ter ondersteuning. Als hij snel wil lopen plaatst hij zijn armen op de grond en slingert hij zijn lichaam en opgetrokken benen daar tussen de armen door.

Orang-oetans leven alleen of in paren met de jongen. ‘s Nachts slapen ze in de bomen. Soms dekken ze zich zelfs toe met planten. Waarschijnlijk zoeken ze elke nacht een andere slaapplaats. Met een dreunend gebrul maken ze aan anderen duidelijk wat hun territorium is.

De vrouwtjes, die veel kleiner zijn dan de mannetjes, brengen om de twee jaar een jong ter wereld. De draagtijd is bijna negen maanden. Ze verzorgen en beschermen het jong gedurende meerdere jaren. In gevangenschap heeft men zelfs waargenomen dat een jong zes jaar werd gezoogd.

Orang-oetans worden met uitsterven bedreigd. Doordat ze maar kleine aantallen nakomelingen voortbrengen en doordat de mens jacht op hen heeft gemaakt is hun aantal sterk afgenomen. Strenge beschermende maatregelen moeten deze dieren tegen uitsterven beschermen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Onderdeel van Informatie Over