Potvis

De potvis is de grootste tandwalvis. Alleen zijn reusachtige kop maakt al een derde van zijn lichaamslengte van 10 tot 20 meter uit. De onderkaak is zeer klein en ver naar achteren geschoven. Hij beweegt zich voort met zijn lange, krachtige staart, de borstvinnen zijn zeer kort.

Potvissen kunnen meer dan 1000 meter diep duiken. Ze kunnen dit omdat ze iets bijzonders hebben.

In een holle ruimte boven de bovenkaak bevindt zich namelijk een wasachtige vloeibare massa, die men spermaceti of walschot noemt. Met behulp van deze massa kan de potvis de opwaartse druk op grote diepte reguleren.

Met behulp van een ultrasonisch geluidssysteem kunnen potvissen in het donker van de diepzee toch hun prooi opsporen. Hun voedsel bestaat vooral uit inktvissen, kreeften en andere zeedieren.

In het voorjaar trekken alle potvissen naar de poolgebieden, in de herfst trekken ze weer naar de evenaar. De vrouwtjes en de jongen blijven in de gematigde zones.

In de tropische wateren vechten de potvissen onderling om de harems die uit 20 tot 30 vruchtbare vrouwtjes en jongen bestaan.

Mannetjes, die jonger zijn dan 25 jaar, vormen aparte groepen.

Na een draagtijd van 14 tot 16 maanden brengen de vrouwtjes met hulp van de andere vrouwtjes een jong ter wereld. Het jong wordt door de helpsters onmiddellijk naar de oppervlakte gebracht. Daar haalt het jong voor het eerst adem.

Jonge potvissen worden twee jaar lang gezoogd.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Onderdeel van Informatie Over