Rendier

Het rendier of de kariboe is de enige hertensoort waarbij beide geslachten een gewei dragen. De vorm van de geweien is ongeveer gelijk. De onderste tak, het aanhechtingspunt van het gewei, is nogmaals vertakt. Het gewei van de vrouwtjes is kleiner.

Het lichaam van een rendier lijkt wat plomp en het is tussen de 1,2 en de 2,2 meter lang. De staart is slechts 10 tot 20 cm, de benen zijn laag aangezet.

Afhankelijk van de soort zijn de haren zwart, bruin, grijs of wit van kleur. De volwassen rendiermannetjes leven alleen, de moeders en de jongen vormen roedels.

‘s Zomers voeden ze zich hoofdzakelijk met gras en andere planten van de toendra. ‘s Winters zoeken ze naar mossen en korstmossen. Hiervoor moeten ze dikwijls de sneeuw met hun hoeven aan de kant schrapen.

Het tamme rendier is voor de noordelijke, zwervende herdersvolken (de Lappen) het belangrijkste huisdier. Het rendier levert melk, kaas en vlees. De beenderen en huiden worden gebruikt voor allerlei voorwerpen en kleding. Verder kan men het rendier als lastdier gebruiken door het voor een slee te spannen.

Wilde rendieren, die over het geheel genomen wat sierlijker gebouwd zijn, leggen in de herfst en in het voorjaar enorme afstanden af met hun kudde. Voor de winter trekken ze naar het zuiden, in het voorjaar keren ze weer terug naar het noorden.

In de herfst strijden de rendiermannetjes om de gunst van de vrouwtjes. 240 dagen na de paring werpt een rendierkoe een jong, soms twee. De jongen kunnen al enkele uren na de geboorte met de kudde meetrekken.

Rendieren komen in Noord-Europa, Azië, Canada, Groenland en Alaska voor.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Onderdeel van Informatie Over