Vogelbekdier

Het vogelbekdier, een eierleggend zoogdier, komt voor op Tasmanië en in Oost-Australië. Daar leeft hij bij rivieren, vennen en meren. Hij ziet er zeer bizar uit. Toen men 200 jaar geleden het eerste vogelbekdier ontdekte, dacht het Natuurhistorische Museum te Londen eerst dat het een vervalsing was.

Het 75 cm lange vogelbekdier heeft zijn vorm aangepast aan zijn leven als zoetwaterroofdier. Hij heeft het lichaam van een otter en de afgeplatte, verbrede staart van een bever. Net als deze beide dieren heeft het vogelbekdier een dichte vacht en zijn de poten van zwemvliezen voorzien.

De korte poten hebben tenen met grote klauwen waarmee ze kunnen graven. Bij het lopen en het graven kunnen de klauwen van de voorpoten naar achteren worden geklapt. De zwemvliezen van de voorpoten die ze in het water gebruiken, kunnen ook worden teruggetrokken, zodat ze op het land met de klauwen kunnen graven.

De mannetjes hebben ook nog een gifstekel aan de achterpoten waarmee ze zich tegen rivalen kunnen verdedigen. Voor de mens is dit gif weliswaar niet dodelijk maar wel zeer pijnlijk.

De dieren hebben een bijzonder opvallende snavel. De snavel lijkt veel op die van een eend. De jonge vogelbekdieren hebben eerst nog fijne tanden, later veranderen deze in een hoornachtige kauwplaat.

Het voedsel bestaat onder andere uit mosselen, slakken, en kreeften. De diertjes vinden ze door in de modder te wroeten. Vogelbekdieren eten ongeveer 1 kilo per dag. Hun buit wordt met de harde randen van hun snavel en kauwplaten fijngemaakt.

Vogelbekdieren bouwen net als bevers ondiepe holen in de rivieroever. Daar verstoppen ze zich en ze verblijven daar ook als het koud is.

In de paartijd graaft het vrouwtje een meer dan 10 meter lange gang die naar een mooi bekleed nest leidt. Daar legt ze twee of drie eieren. Hierna sluit ze de toegang met vochtige plantendelen af. Zo kunnen de eieren niet uitdrogen.

Het broeden duurt ongeveer 1-2 weken. Als de jongen uit het ei komen, zijn ze nauwelijks langer dan 1 cm en volkomen hulpeloos. Ze worden de eerste vijf maanden gevoed met een melkachtige substantie die door de borst- en buikklieren van de moeder wordt afgescheiden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Onderdeel van Informatie Over