Wrattenzwijn

Wrattenzwijnen, die in Afrika leven, behoren tot de meest plompe en lelijke soorten varkens.

Ze hebben een cilindervormig lichaam, dat op de rug doorzakt. Het is bedekt met een dik borstelig haarkleed. In de nek en op de rug hebben ze manen, soms hebben de dieren ook witachtige bakkebaarden. De maximaal 50 cm lange staart heeft aan het uiteinde een pluim.

Aan de zijkant van de kop bevinden zich eigenaardige wratten, hieraan heeft het dier zijn naam te danken. Het wrattenzwijn heeft twee sterke slagtanden deze hebben zich uit de hoektanden ontwikkeld.

Van ‘s avonds tot ‘s ochtends is het wrattenzwijn onderweg, hij is altijd op zoek naar voedsel. Hij eet behalve gras en vruchten ook knollen en wortels. In tijden van grote droogte wroet hij deze met zijn slagtanden uit de bodem. ‘s Nachts en op het heetst van de dag trekt hij zich in ondergrondse holen terug en rust hij zich uit.

Wrattenzwijnen wentelen zich graag in het water. Daarom moet hun territorium, dat ze met meerdere familiegroepen delen, ook in de nabijheid van water zijn. Dit water is tegelijk ook de drenkplaats van de dieren.

De paring vindt in de regel gedurende de regentijd plaats. Na ongeveer 170 dagen worden er twee tot vier frislingen (jongen) geboren. Deze worden ongeveer 4 maanden lang gezoogd.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Onderdeel van Informatie Over