Parasaurolophus

De Parasaurolophus was een van de opmerkelijkste eendensnavel-dinosauriërs (hadrosauriërs). Zij behoorden tot de best aangepaste ornithopoden, de planteneters van de orde van de Ornithischia (vogelbekken-sauriërs).

Het bijzondere aan hem was het lange, achterwaartse botuitsteeksel op zijn kop. Een neuskam met een dubbele holle buis, die van de neusopening tot aan het uiteinde van de kam, en vandaar weer terug naar de schedel liep. Deze beenkam was meer dan 1,5 meter lang.

Bij andere fossiele resten van een Parasaurolophus viel deze kam veel korter uit. Misschien ging het hier om een vrouwtje van deze soort. De functie van deze beenkammen is ook tegenwoordig nog niet geheel duidelijk. Misschien dienden ze voor het versterken van geluiden zoals de huidzakken van andere eendensnavel-dinosauriërs. De voortgebrachte geluiden, die trompetterig geklonken zouden kunnen hebben, waren mogelijkerwijs belangrijk voor de balts. Ze kunnen echter ook een waarschuwing of een afschrikmiddel geweest zijn. Denkbaar is ook de mogelijkheid, dat de holtes voor de luchtcirculatie in de schedel dienden, om zo de hersenen te koelen.
dieren gebruikt werd om varens of takken uiteen te duwen, als ze door de bossen zwierven.

Op de rug van de Parasaurolophus bevond zich namelijk een zeldzame uitsparing, waar de kam bij een bepaalde lichaamshouding precies ingepast zou hebben, wat het dier een gestroomlijnd uiterlijk zou hebben verleend.

De snuit met de holle beenkam van dit dier was smaller dan die van de hadrosauriërs met een massieve beenkam. Met zijn snavel, die op een eendensnavel leek, kon de Parasaurolophus de zachte, jonge scheuten van de naaldbomen, maar ook de vezelachtige, bloeiende planten, die in het late Krijt steeds meer voorkwamen, afplukken.

Voor in de bek had hij geen tanden, maar achterin bevonden zich meerdere rijen kiezen in de boven- en onderkaak, die na het afslijten of afbreken door nieuwe vervangen werden. De Parasaurolophus werd ongeveer 10 meter lang en woog rond de 5 ton. Meestal liep hij waarschijnlijk op vier poten, maar hij kon zich, als er gevaar dreigde, oprichten en op twee poten vluchten.

De lange, brede staart hielp bij het bewaren van het evenwicht.

De eerste vindplaatsen van de Parasaurolophus lagen in Alberta, Canada (1923), maar ook in Utah en New Mexico vond men fossiele overblijfselen. Hij leefde in het late Krijt 76 tot 74 miljoen jaar geleden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Onderdeel van Informatie Over