1601 tot 1700

1601 De Hollandse brillenmaker Hans Lippershey ontwikkelt een dioptrische (met twee lenzen) .

1602 De Italiaanse mathematicus en fysicus Galileo Galilei ontdekt, dat de werplinie een is. De technicus Jan Andriaanszoon Leeghwater vindt de uit, een molen met een draaibare kap.

1603 De Duitse astronoom Johann Bayer publiceert de eerste »Uranometria«. De Italiaan Gerolarno Fabrizzi ontdekt ventielachtige van de benen; deze dragen ertoe bij, dat het bloed naar het hart wordt teruggepompt.

1604 Johannes Kepler, hofastronoom van de Romeins-Duitse keizer Rudolf II. in Praag, ontwikkelt een volledige theorie over en de van het omgekeerde beeld op het netvlies.
1607 Latinus Tancredus ontdekt een zeer werkzaam uit sneeuw en salpeter.

1609 C. van Drebbel vindt het uit. Galileo Galilei ontdekt het . Bovendien formuleert hij de , volgens welke de slingertijd van een kleine draadslinger bij kleine slingerwijdtes nagenoeg constant is, en alleen lineair van de wortel van de draadlengte afhangt.

1610 De Engelsman Edmund Gunter heeft het idee, vermenigvuldigingen en delingen met behulp van aaneengelegde logaritmisch gedeelde staafjes uit te voeren. Deze gedachte vormt de grondslag voor de . In Frankrijk raakt rond 1610 het eenvoudige en snelle <(vuur)steenslot voor geweren> in gebruik. In de 17de eeuw rust de Deense koning Christian IV zijn soldaten voor het eerst uit met geweren met getrokken loop.

1611 De Praagse astronoom Johannes Kepler vindt de astronomische uit.

1612 In zijn boek »De arte vitraria« beschrijft de Florentijnse glasmaker Antonio Neri het .

1614 De Griek Demiscianus definieert de begrippen »telescoop« en »microscoop«. De Schotse wiskundige John Napier publiceert in zijn werk »Descriptio mirifici logarithmo rum canonis« het principe van de door hem uitgevonden .

1615 In Engeland voeden de glashandwerkslieden hun eerste met steenkool om een grote hitte te krijgen.

1616 De Deense anatoom Thomas Bartholin beschrijft in een brief een »waterharnas« en voegt de illustratie van een klok> toe. Jean Baptiste Morin constateert bij onderzoeken in Hongaarse mijnen voor het eerst, dat de bij toenemende diepte stijgt.

1617 De Engelsman Henry Briggs presenteert, vergeleken met die van John Napier verbeterde, 8- en 14-tallige . John Napier uit Schotland vindt een met beweegbare elementen uit.
1619 D. Dudley gebruikt steenkool voor .

1620 De Nederlander Cornelis Drebbel bouwt in 1620 de eerste, door twaalf roeiers voortbewogen zeeboot>, die twee uur lang op een diepte van 3,6 m in de Londense Theems voer. De Engelse filosoof en natuurvorser Francis Bacon verklaart warmte als zijnde de beweging van de kleinste deeltjes van een lichaam. De Vlaamse arts en natuuronderzoeker Johan Baptist van Helmont verkondigt, dat in hun verbindingen voortbestaan.

1621 De Duitse wetenschapper Hieronymus Fabricius verheft met zijn artikelen (sedert 1604) over de foetus, de navelstreng, het ei en het kuiken de tot het niveau van een wetenschap. De Nederlander Willebrord Snellius ontdekt de betreffende de richtingsverandering van golven en stralen op het grensvlak van twee verschillende stoffen. De Engelsman William Oughtred ontwikkelt het idee, twee vrij langs elkaar te verschuiven logaritmische schalen als rekenhulpmiddel te gebruiken: een voorloper van de .

1623 De Tübingse professor Wilhelm Schickard (Schickhardt) construeert een door een tandrad aangedreven voor de vier hoofdbewerkingen.

1624 De Nederlander Johan Baptist van Helmont voert de naam »gas« in voor de derde . De jezuïet Jean Leurechon gebruikt voor het eerst het woord <»thermometer«>.

1625 Als galant present voor zijn aanbidsters laat de maarschalk du Plessis Praslin voor het eerst snoepgoed in de vorm van een chocolade-omhulsel met vulling maken, die later genoemd worden.

1627 In de strijd tegen de Hugenoten worden bij de belegering van La Rochelle door de artillerie onder de Franse kardinaal en staatsman Armand Jean du Plessis Richelieu in plaats van ronde kogels voor het eerst conische gebruikt. De Tiroler Caspar Weindel is de eerste, die in de mijnbouw explosies gebruikt.

1628 De Engelsman William Harvey publiceert zijn revolutionaire leer van de .

1629 Albert Girard voert het gebruik van haakjes in de in. G. Branca ontwerpt het principe van een .

1630 De Neurenberger Augustin Kutter voert bij trekkers met pal in. De Duitse fysicus Christoph Scheiner vindt de uit. Gustav Adolph voert het in rijen van drie in, ondersteund door de lichte veldartillerie.

1631 De Franse wiskundige Pierre Vernier vindt de uit. Het al sinds de 14de eeuw gebouwde toetseninstrument met tokkelmechanisme in vleugelvorm wordt sinds 1631 genoemd. In 1698 bouwt de Italiaan Bartolomeo Cristofori een hamercembalo.

1632 Galileo Galilei wijst erop, dat fysische experimenten in een gesloten scheepscabine dezelfde resultaten opleveren, of het schip nu stil ligt of vaart – een anticipatie op de relativiteitstheorie.

1635 J. Locatelli ontwerpt een . Robert Mansell smelt glas voor het eerst met steenkool en richt de op. De Engelsman Henry Gellibrand bewijst, dat de ligging van de magnetische noordpool zich in de loop der tijd wijzigt.

1636 Pierre Fermat legt met de berekening van minima en maxima van mathematische functies de grondslag voor de . De mathematicus Marin Mersenne berekent de .

1637 De Franse filosoof en natuurwetenschapper René Descartes legt de grondslag voor de en voert de begrippen »reëel« en »imaginair« in de mathematica in. In het inleidende hoofdstuk »Discours de la methode« formuleert hij met de zin »Ik denk, dus ik ben« (Cogito ergo sum) zijn epistemologisch (kennistheoretisch) postulaat. Johannes Hevelius, astronoom in Danzig, vindt de uit. De Hollanders bouwen bij Brooklyn . In Engeland wordt de “Sovereign of the Seas”, een driedekker met 104 kanonnen, een kiellengte van 38,7 m en een breedte van 14,2 m voltooid. Hij geldt als het destijds grootste schip van de wereld.

1640 In Bayonne wordt de uitgevonden. William Gascoigne ontwikkelt de , een schroef met geringe spoed voor het meten van kleine verplaatsingen. Daniel Stumpfelt vindt een methode uit om .

1641 De Franse mathematicus en filosoof Blaise Pascal construeert een , die getallen kan optellen en aftrekken.

1642 Een niet bestuurbare fiets> is in zijn eerste ontwerp op een kerkraam in Stoke Poges bij Windsor te zien. De Franse mathematicus Blaise Pascal presenteert in Parijs een voor het optellen en aftrekken van getallen tot 8 cijfers.

1643 Vincenzo Viviani geeft een wetenschappelijke verklaring voor het feit, dat water niet verder omhoog kunnen brengen dan 32 voet. De Italiaan Evangelista Torricelli, als opvolger van Galilei de nieuwe hofwiskundige in Florence, slaagt er voor het eerst in een kunstmatig vacuüm te produceren, en vindt de uit.

1645 De Capucijnermonnik Anton Maria Schyrlaeus de Rheita construeert een verrekijker>. De Duitser Otto von Guericke bouwt de eerste bruikbare , die in principe net als een goed afgedichte water-zuigerpomp werkt, alleen langzamer.

1648 De Duitse chemicus Johann Rudolf Glauber slaagt als eerste in de beschijving en voorstelling van de . De Duitse jezuïet en universeel geleerde Athanasius Kircher beschrijft de . Blaise Pascal, mathematicus, fysicus en filosoof uit Clermont-Ferrand, en zijn zwager Périer bewijzen aan de Puy de Dôme de aanwezigheid van . Bovendien lukt het Pascal aan te tonen, dat de luchtdruk met toenemende hoogte afneemt.

1649 In Neurenberg bouwt Hans (Johan) Hautsch tussen 1649 en 1663 twee , die als staatsiekoetsen onder andere voor de koning van Denemarken zijn besteld. De Fransman Pierre Gassendi ontwikkelt vanaf 1649 een theorie over de opbouw van de , waaraan hij een eigen inwendige beweging toeschrijft.

1650 In Italië wordt het uitgevonden. De Pool Kazimierz Siemienowicz vindt gebundelde met vleugels uit, zelfs in meertrapsuitvoeringen. De keizerlijke cavaleriegeneraal Gottfried Heinrich Graf zu Pappenheim construeert een met twee roterende assen voor het transporteren van lucht en water. Honoratius Fabry onderzoekt het fenomeen van de en constateert daarbij, dat de mate waarin het vloeistofniveau stijgt, omgekeerd evenredig is met de doorsnede van de buis. De Italiaan Francesco Maria Grimaldi ontdekt de en de .

1653 De Zweed Olof Rudbeck ontdekt naast de slagaders en de aders nog een derde soort bloedvaten, die later genoemd worden.

1654 Otto Guericke, Duits natuurvorser en staatsman, toont op de Rijksdag in Regensburg de grootte van de luchtdruk aan: 16 paarden kunnen de luchtledige halve bollen (beroemd als de ) niet uit elkaar trekken. Blaise Pascal en Pierre de Fermat ontwerpen in 1654 in verband met gokspelen mathematische modellen voor de kansberekening, en leggen daarmee de grondslag voor de .

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Onderdeel van Informatie Over